Jij bent mij en ik ben jij

@ Nell Berger
mei 2020

Eén keer per dag laat
ik mezelf uit.
Met een riem in mijn jaszak
en een zakdoek bij de hand
Ik kijk spichtig om mij heen
en houd afstand van
alle wonderlijke wezens
die soms aanwezig zijn
maar vaak verdwaalt
en niet weten waar ze lopen.

Vele wegen zijn verlaten
en muteren in kronkelende paden
waar het gras hoog opgeschoten staat
Ik keer dit keer niet om
maar loop waar ik nog nooit gelopen heb.
Het schemert en ik laat mij
verdwalen dwars door alle regels heen.
De nacht dooft het zicht en ik blijf lopen
tot het niet meer gaat
Onder een lang gerekte poort
leg ik mijn lichaam neer
op een kussen van echte veren
die alleen voor mij bestemd is
Ik verdwaal in een aaneengeregen
spel van schimmige figuren
en dans op wolken van
goud gekleurde slagroom soezen

De tijd bibbert zich door de nacht
ik voel het hijgen van de mist
in mijn opgetrokken schouders
Het is stil, doodstil
stilte maakt alles levend
hoor het zuchten
het zuchten van de aarde
In de schaduw van de nacht,
persen tranen zich naar buiten
De aarde kietelt mij en knipoogt
kom geef hier het is de hoogste tijd
laat die stroom van vocht vervloeien
door zand en stromen door rivieren
verschoon je van oude patronen
maak je klaar voor het nieuwe.
waarin wij elkaar weer vinden.

Jij bent mij en ik ben jij.